Het eigendomsvoorbehoud houdt in dat de leverancier de producten wel levert, maar dat het eigendom pas overgaat op het moment dat de koper heeft betaald. Tot het moment van betaling blijft de leverancier dus eigenaar van de zaken.

 

Het eigendomsvoorbehoud is een erg sterk middel, vooral bij het faillissement van de koper. Helaas zijn er gevallen waarin de leverancier géén beroep kan doen op het eigendomsvoorbehoud. Hierna bespreek ik de drie belangrijkste:

  • Is het eigendomsvoorbehoud goed afgesproken?
  • Is de zaak niet doorverkocht?
  • Is er sprake van zaaksvorming/vermenging?

 

1. Eigendomsvoorbehoud van toepassing?

Meestal is het eigendomsvoorbehoud opgenomen in de algemene voorwaarden van de leverancier. Helaas gebeurt het (te) vaak dat de algemene voorwaarden niet geldig blijken te zijn.

 

In een zaak van de V&D oordeelde de rechtbank Amsterdam dat de leverancier geen beroep kon doen op de algemene voorwaarden, omdat niet zijn algemene voorwaarden, maar de algemene inkoopvoorwaarden van de V&D van toepassing waren. De latere mededeling van de leverancier dat alleen onder eigendomsvoorbehoud zou worden geleverd, werd niet bevestigd door V&D. Na het faillissement van V&D stond de leverancier daardoor met lege handen!

 

2. Doorverkocht?

Als de zaken door de koper al vóór het faillissement zijn doorverkocht, dan is het niet meer mogelijk om een beroep te doen op het eigendomsvoorbehoud. Dit risico bestaat met name bij voorraden. Er zit dan niets anders op dan het indienen van de vordering bij de curator.

 

3. Zaak teniet gegaan?

Tot slot kan het zijn dat de zaak – in juridische zin – teniet is gegaan. Dit is het geval bij zaaksvorming en vermenging. Dit speelt met name bij de levering van grondstoffen of halffabricaten. In het kort betekent dit dat de geleverde zaak een onderdeel is geworden van een andere zaak. Hierbij kan je denken aan de accu die in een auto wordt gemonteerd of een levering van (bijvoorbeeld) vloeistoffen die zich heeft “vermengd” bij de koper. Dit laatste kan ook gebeuren als de door de leverancier geleverde zaken erg lijken op de aanwezige voorraad (denk aan bouwmaterialen of apparatuur). 

 

Als niet meer te achterhalen is welke producten door de leverancier zijn geleverd of als de producten en onderdeel zijn geworden van een ander product dan is de oorspronkelijke zaak teniet gegaan en kan geen beroep (meer) worden gedaan op het eigendomsvoorbehoud. In sommige gevallen kan het daarom nuttig zijn om de geleverde producten te merken of te nummeren.

 

Eigendomsvoorbehoud wel geldig, wat kun je doen?

Buiten faillissement kan de leverancier een beroep doen op het eigendomsvoorbehoud door de zaken op te eisen (“revindicatie”).

 

Is de koper failliet? Dan zal de leverancier het eigendom moet opeisen bij de curator. De curator onderzoekt vervolgens of het eigendomsvoorbehoud geldig is en de goederen zich nog in de boedel bevinden.

 

Mijn advies?

Zorg er als leverancier voor dat je het eigendomsvoorbehoud goed afspreekt! Voorkom dat je geen beroep kunt doen op de algemene voorwaarden. Ook is het verstandig om de geleverde goederen goed te omschrijven, bijvoorbeeld op de pakbon. Dit maakt het eenvoudiger om later aan te wijzen welke goederen onder het eigendomsvoorbehoud vallen. Dreigt er een faillissement van de koper? Wacht dan niet te lang.

 

Kortom: check je algemene voorwaarden en zorg dat je deze goed van toepassing verklaart op de levering. Lees hierover meer in deze blog over algemene voorwaarden.